Rookkanalen

Een goede werking van het rookkanaal is haast net zo belangrijk als het goed functioneren van de haard of kachel. Want als de afvoer van de rookgassen niet goed is, kan dat uitlopen op een koolmonoxidevergiftiging of zelfs een schoorsteen brand. Genoeg reden om het installeren van het rookkanaal aan een specialist als ons over te laten.

Een rookkanaal is meer dan zomaar een simpele pijp die vanaf een kachel of haard in een schoorsteen op het dak uitkomt. Het rookkanaal moet er voor zorgen dat de rookgassen goed worden afgevoerd. Ten eerste mogen bij het stoken van hout de gloeiend hete gassen (de temperatuur kan oplopen tot 500 °C) niet te veel afkoelen, omdat anders roet of teer kan achter blijven in het rookkanaal. En dat kan na verloop van tijd uitmonden in een schoorsteen brand. Om deze gassen zo min mogelijk te laten afkoelen moet het kanaal glad zijn, goed geïsoleerd zijn , niet te lang of te kort zijn en de juiste diameter hebben.

Concentrisch afvoermateriaal     Flexibel afvoermateriaal     Enkelwandig afvoermateriaal

Glad rookkanaal

Als de kanaalwand niet glad genoeg is, hebben de rookgassen meer weerstand, waardoor het niet zo snel opstijgt. Hierdoor koelen de rookgassen te veel af en blijft tevens roet aan de ruwe kanaalwand plakken. Rookkanalen zijn gemaakt van dubbelwandig aluminium, roestvrijstaal of keramische elementen (gebakken klei). De roestvrijstalen kanalen zijn ook in een flexibele vorm te verkrijgen.

Goed geïsoleerd

Tussen de pijp en de omkokering moet een isolerende laag zitten, zodat de temperatuur in de afvoerpijp niet te snel afneemt. Er zijn ook rookkanalen die zelf al een isolerende laag hebben. Tussen twee lagen roestvaststaal zit dan een soort isolerende deken.

Lang en kort

Een rookkanaal mag niet te lang zijn en niet te veel bochten hebben, want hierdoor koelen e rookgassen te veel af. Is een bocht onvermijdelijk, dan mag de hoek die een bocht maakt niet scherper zijn dan 45 graden, maar dan moet het kanaal wel daarvoor gekeurd zijn. Een rookkanaal mag niet te kort zijn omdat anders de'trek' niet goed is. Onder trek verstaat men de aanvoer van zuurstof en de afvoer van rookgassen. Verlopen beide vlotjes, dan spreekt men van een 'goede trek'. En dankzij een goede trek kan een haard of kachel goed branden. Voor alle soorten haarden en kachels gelden verschillende lengtes voor het rookkanaal.

Diameter

Is de diameter van het rookanaal te groot, dan stijgen de rookgassen te traag omhoog , waardoor ze te snel afkoelen en dus condens achterlaten. Is de diameter te klein, dan kunnen de gassen moeilijker omhoog, waardoor ze de kamer in kunnen stromen, met alle gevolgen van dien.